De kracht van Twitter?

Alles is mogelijk

“De kracht van Twitter” is een veelgelezen en veelgehoorde term. Er wordt gedoeld op het feit dat je via je netwerk op Twitter makkelijk aan hetgeen je nodig hebt kan komen. Zo zat ik een keer zonder oplader voor m’n MacBook en vond ik er via Twitter diverse die ik een paar dagen kon lenen. Ook ben ik voor mijn studie via Twitter in contact gekomen met een slachthuis waar ik mocht gaan filmen. Dit laatste nadat ik reeds vele telefoontjes naar diverse slachthuizen had gepleegd en elke keer nee op het rekest kreeg. Verder heb ik via Twitter katten herplaatst, diverse oppassen voor m’n eigen katten en woning gevonden, een donatie gedaan voor een elektrische fiets voor @fiederels, hechte vriendschappen gesloten, film- en concertdates met onbekenden gemaakt, mijn moeder laten bedelven onder kaarten toen ze ziek was en zo zijn er nog veel meer voorbeelden.

Netwerk

Door bovenstaande voorbeelden geloof ik bijna heilig in de kracht van Twitter. Of moet ik zeggen: de kracht van een goed netwerk? Wat dat betreft is er niets verander ten opzichte van de tijd van voor Twitter. Het verschil is dat mijn netwerk nu veel groter is dan bijvoorbeeld vijf jaar geleden. Toen gebruikte ik wel social media zoals Hyves en Hi5 maar de mensen waarmee ik daar contact had, waren voornamelijk mensen met wie ik “in real life” al contact had. Lang niet al mijn contacten op Twitter, en in mindere mate Facebook, heb ik face-to-face ontmoet. Wel heb ik regelmatig contact met hen, maar dan alleen online.

Pearl Jam

Door een ongelukkige communicatie en planning heb ik een veldkaart voor Pearl Jam voor aanstaande woensdag 27 juni in Ziggodome waar ik niets aan heb. Ten eerste gaan mijn vrienden op dinsdag 26 juni en ten tweede heb ik voor die avond een werkafspraak staan die door moet gaan. Maar hey, geen man overboord. Via Twitter moet ik toch wel íemand kunnen vinden die de 26e verhinderd is en graag de 27e wil gaan? Ik schrijf wel even een tweet. Zo gezegd, zo gedaan. De eerste tweet die ik schreef, kreeg niet veel aandacht. Waarschijnlijk niet de juiste toon of net op het verkeerde moment gepost. Een paar dagen later deed ik nog een poging met deze tweet:

Deze tweet werd 54 keer geretweet. En dat is heel veel voor een tweet van mijn hand. Ik kreeg hoop. Tussen al die honderden of misschien wel duizenden mensen die mijn tweet zouden kunnen lezen, moet toch wel iemand zitten die zijn kaartje wil ruilen. Maar helaas. Nul komma nul respons.

Terug naar Marktplaats

Ondanks dat ik het grootste deel van mijn contacten op twitter nog nooit heb ontmoet, vertrouw ik ze wel en ik zou dan ook het liefst via één van hen in contact komen met iemand die zijn of haar kaartje met mij wil ruilen of mij een kaartje voor de 26e wil verkopen. Nu dat (nog) niet gelukt is, ben ik maar weer gebruik gaan maken van Marktplaats en daar op zoek gegaan. Helaas zijn de kaartjes die op Marktplaats verschijnen bijna allemaal binnen 5 minuten verkocht of worden ze voor belachelijk hoge prijzen aangeboden. En ondanks dat ik ooit bijna een doos aardappelen heb gekocht via Marktplaats, geloof ik ook in de kracht van deze site en kan ik hopelijk volgende week genieten van Eddie Vedder en consorten.

Mocht jij een veldkaartje over hebben of iemand kennen die een kaartje voor de 26e kwijt wil: laat het me hieronder of via esthervannes [at] gmail.com weten.

 

The Three Diablos

Begin dit jaar zag ik Puss in Boots in de bioscoop. Bij toeval 2x in twee weken. Helemaal niet erg. Ook de tweede keer heb ik me enorm vermaakt. Het is een leuke feel-good movie, zeker als je van katten houdt. Puss in Boots en Kitty Soft Paws zijn gewoon erg schattig, ook al proberen ze heel stoer te zijn.

Vanmorgen ontdekte ik dat er behalve de bioscoopfilm nog meer Puss in Boots bestaat, namelijk “Puss in Boots, the Three Diablos”. Dit is een kort filmpje van 13 minuten die in de VS als extra op de DVD staat. En natuurlijk op YouTube. Enjoy!

 

El Garrote

Zomergevoel

Al tijden heb ik het nummer “La Cumbia del Garrote” van Los del Garrote in mijn muziekcollectie staan. Melodietechnisch een heerlijk, simpel, fout nummer van een net zo foute Mexicaanse band. Ik werd er vrolijk van. Beetje dansen, swing maar met die heupen. In de winter gaf het me een zomergevoel. Op de tekst had ik nooit echt gelet. Ik wist niet eens wat een garrote was. Tot gisteren. Toen ik het nummer opzette, begon Javier, een Peruaanse vriend van me, heel hard te lachen. Hij vroeg me of ik wel eens naar de tekst had geluisterd. Direct zocht ik deze op en las met grote ogen. Blijkt het nummer enorm machismo te zijn. Kort gezegd komt er een man bij de dokter om te klagen over het feit dat er iets mis is met zijn vrouw. Elke keer als hij seksuele toenadering zoekt bij haar, draait zij zich om en slaapt verder. De vraag is nu hoe zij kan genezen. De dokter heeft daar een heel intelligent antwoord op: je moet haar gewoon nemen en dan gaat ze het vanzelf leuk vinden. Dus zo gezegd, zo gedaan. Man komt thuis en dringt zijn knuppel (el garrote) aan haar op. “Wat doe je nou?” vraagt de vrouw. Haar man vertelt haar over het doktersbezoek en de vrouw laat haar het hele gebeuren welgevallen. Man blij. Vrouw blij.

Machismo

Je begrijpt dat ik het nummer opeens niet meer zo blij vond. Natuurlijk ben ik bekend met de macho-cultuur die overal in Latijns-Amerika voorkomt. Toen ik in Costa Rica en Peru was, heb ik regelmatig de voordelen ervan ondervonden. Best fijn hoor, als een man bijvoorbeeld je zware boeken draagt en de deur voor je openhoudt. Helemaal geen probleem. Dit nummer laat echter een negatieve kant van het macho-gedrag zien. Overdreven dominant gedrag van de man. Gezien de clip en de muziek van het nummer neem ik aan dat het om een grap of satire op de macho-cultuur gaat, maar misschien ook niet. Ik had gewoon liever niet de betekenis van de tekst geweten. Ignorance is bliss. Gelukkig is er genoeg andere muziek die me een zomergevoel geeft. Dat is hard nodig tijdens deze koude dagen.

 

Kleine moeite, groot plezier

In de nacht van 20/21 oktober werd ik opgeschrikt door een smsje van m’n vader. Hij bleek met m’n moeder in het ziekenhuis te zitten. Toen ik hem belde, vertelde hij dat ze bijna gestikt was door problemen met haar slokdarm. Om een lang verhaal kort te maken: ze heeft 2 dagen op de IC gelegen en daarna nog 2 dagen op de verpleegafdeling. Na onderzoek bleek dat haar slokdarm verwijderd moet worden, omdat deze onherstelbaar verwijd is. Ma mocht naar huis om de operatie af te wachten. Bij ontslag uit het ziekenhuis werd gezegd dat ze waarschijnlijk in december geopereerd zou worden. Tot de operatie mag ze alleen maar sondevoeding en wat vloeibaar voedsel zoals soep eten.

Vorige week kregen m’n ouders te horen dat de operatie niet in december plaats zal vinden, maar dat het waarschijnlijk januari zal worden. Nog langer wachten dus. M’n moeder heeft normaliter een erg actief leven waarbij ze o.a. 5 dagen per week werkt en 3 keer per week paardrijdt. Het is dan nogal een overgang om opeens weinig te kunnen doen. De verveling begint toe te slaan en wachten op een operatie waar je erg tegenop ziet, is over het algemeen ook niet zo goed voor je humeur.

Ik wil m’n moeder graag opvrolijken en daar kan ik jullie hulp bij gebruiken. Het lijkt me leuk als ze de komende weken, naast de gebruikelijke kerstkaartjes, ook persoonlijke, “opvrolijkkaartjes” gaat ontvangen. Dussss…..:

Wie heeft er zin om komende maand een kaartje naar haar te sturen?

Laat een comment hieronder achter of tweet me op @sterestherster en ik mail/dm je het adres.

Ik jou ook

Je stoort me regelmatig in mijn slaap. Je wil spelen, vindt dat ik ergens anders moet gaan slapen of wil me gewoon even aanraken. Ik laat het meestal gelaten toe. Als het echter andersom is, word je boos. Ik irriteer je. Je wil slapen. Knorrend draai je je om. Ik dring aan. Wil aandacht van je. Eindelijk open je je ogen en stapt uit bed. Ik word overmand door vreugde. Blij loop ik met je mee naar de woonkamer. De teleurstelling is groot als je me daar achterlaat en jij weer terug je warme, zachte bed ingaat. Ik probeer je nogmaals zover te krijgen dat je opstaat. Dit keer vanaf de andere kant van de deur. Jij antwoordt met stilte.

Eindelijk sta je op. Ik doe net alsof ik niet heb zitten wachten op dit moment. Ik slaap door. Tot het ontbijt. Dan kan ik me niet bedwingen. Ik spring op en val aan. Op mijn eten. Jij hebt je eigen eten. Nooit eten we hetzelfde. Vrijwel elke avond bereid je voor jezelf een heerlijke maaltijd. Je houdt van koken. Het meest lekkere voedsel trekt zich aan mijn gezichtsveld en neus voorbij. Kaas. Pasta. Gebakken ei. Falafel. Pannenkoeken. Ik adem diep in. Neem de geuren van je eten in me op. Zelfs aubergine doet het water in mijn mond lopen. Als ik je bord benader, langzaam, onopvallend, klaar om een hap te nemen, trek je het snel weg. Je zegt dat het niet goed voor me is. Maar waarom eet jij het dan?

Op een goede avond drink je één glas wijn bij het eten. Daar ben ik niet jaloers op. De geur van wijn maakt dat mijn neus prikkelt. Ik moet niezen. Kokhalzen. Nee, drink dat maar lekker zelf op. Op een slechte avond drink je de hele fles leeg. Je zet de muziek dan hard. Muziek met een heftige bas. Een bas die me doet trillen op mijn grondvesten. Je belt midden in de nacht met je vrienden. Kraamt onzin uit. Voert lange, luidruchtige gesprekken. Ik hou daar niet van. Geef mij maar rust. Geërgerd ga ik naar buiten. Een rondje om. Hopend dat je in slaap bent gevallen als ik thuiskom.

Het huis waar we wonen heeft een grote zolder. Zo’n zolder met veel hoekjes waar je je kan verstoppen. Vol met dozen tot de rand gevuld met herinneringen. Herinneringen die je graag keer op keer herbeleeft. Ik vergezel je stilletjes op deze tochten door het verleden. Stil in een hoekje sla ik je gade. Ik kijk hoe je bladert door je oude dagboeken. Er vallen oude foto’s uit. Foto’s van mensen die ik niet ken. Ik vraag me af wie ze zijn. Je staart wat voor je uit en vergeet dat ik bij je ben. Diep in gedachten. Tot je het koud krijgt en weggaat. Voordat ik het door heb, sluit je het luik achter je. Ik blijf eenzaam achter. Huilend zit ik daar. Hopend dat mijn klagelijke gejank ergens in de verte tot je doordringt. Vaak duurt het een paar uur voor je beseft dat ik niet naast je op de bank lig. Snel ren je naar boven. De twee smalle trappen op. Twee treden tegelijk. Het klemmende luik trek je vol ongeduld open. Als je me ziet, neem je me in je armen en drukt me tegen je aan. Ik hap naar adem. Wurm me los. Loop beledigd weg.

Soms vraag ik me af waarom ik überhaupt bij je woon. Ik voel me klein, alleen, genegeerd. Ik haat je.

Uren brengen we samen door op de bank. Jij uitgestrekt, verdiept in een film of documentaire. Ik heerlijk tegen je aan geplet. Ik probeer in je te kruipen. Af en toe woel je door mijn haren. Gelukzalig zucht ik. Dit zijn de momenten. Ze zouden eeuwig mogen duren. Puur geluk. Ik geniet. Helaas kan het niet altijd zo zijn. Je reist graag. Naar onbekende steden, verre stranden, bergen. Met je meegaan op reis is geen optie. Ik moet thuis blijven. Tijdens je afwezigheid is het gevoel van gemis ondraaglijk. Verlangend kijk ik uit naar je terugkomst. Dag in dag uit zit ik aan de rand van de parkeerplaats. Elke keer op hetzelfde tijdstip. Het tijdstip waarop je normaliter uit je werk thuiskomt. Maar reizen laten zich niet plannen en je verrast me. Ik lig te slapen op de bank als ik de sleutel in het slot hoor. Je loopt de woonkamer binnen. Bepakt en bezakt loop je op me af en begroet me. Je straalt. De vakantie heeft je goed gedaan en je bent blij me weer te zien. Ik ben ook blij jou weer te zien, maar laat het niet merken. Koeltjes begroet ik je, draai me om en ga weer slapen.

Natuurlijk houd ik dit niet lang vol. Ik wijs je op een pluizig ondefinieerbaar object. Een cadeautje dat je ooit voor me gekocht hebt. Het ligt te verstoffen in de hoek, maar opeens heb ik de behoefte er samen met jou mee te spelen. We spelen. Ik onvermoeibaar. Jij met de slaap in je ogen. Na een half uur zeg je dat je echt even moet gaan liggen. De vermoeiende reis en de jetlag spelen je parten. Ik vind het prima. Na 3 weken alleen slapen kan ik eindelijk weer eens tegen je aan kruipen.

Je slaapt langer dan ik. Ik besluit je deze keer niet wakker te maken. Zachtjes spring ik van bed. Ik verlaat het huis via de deur die je speciaal voor mij hebt laten maken. Naast de bank is dit hetgeen in huis waar ik het meest aan gehecht ben. Deze deur geeft me de vrijheid waar ik zo van hou. Ik kan komen en gaan wanneer ik wil. Lekker buiten slenteren. De buurt verkennen. Kijken of alles nog is zoals ik het de dag erna heb achtergelaten. Wetend dat de deur naar binnen altijd voor me openstaat. Binnen waar ik veilig ben. Waar jij voor warmte, vertier, drinken en eten zorgt.

De liefde van de man gaat door de maag. Niet alleen die van de man, die van mij ook. Ik vind het nog steeds jammer dat ik niet van je bord mag eten. Gelukkig compenseer je dit gemis met de lekkernijen die je voor mij koopt. Jij eet deze niet. Ze zijn echt voor mij alleen. Een traktatie. Ik weet niet hoe snel ik het naar binnen moet werken. Smeuïg, zacht en vooral smaakvol. Ik lik mijn lippen erbij af.

Ik klaag weleens, maar weet je, ik ben blij dat ik bij je mocht komen wonen. Ik had het veel slechter kunnen treffen. Nee. Ik had het niet beter kunnen treffen. Ik vind je lief.

(geschreven voor een opdracht opJustWrite)

 

Omnivegavoor

Heeft u een keuze kunnen maken?
Ja, voor mij graag nummer 23, vegetarisch en voor jou?
Nummer 36, ook vegetarisch. En vooraf graag de vegetarische loempia’s.
Prima!

Volgens mij krijgen die mensen achter jou ons eten. Ze zeggen dat ze dit niet besteld hebben.

Hadden jullie de vegetarische maaltijden besteld?
Ja, dat klopt dat waren wij.
Eenmaal wokgroenten met cashewnoten en de curry.
Dank u!

Is dit nou tahoe?
Ja, dat is tahoe.
Oh, prima te eten ja.

Huh, ik had toch ook een gerecht met tahoe besteld? Of was het iets anders?

Wat ga jij doen met de presentatie volgende week?
Geen idee nog, ben er niet echt mee bezig.
Ik ook niet. Maandag maar even aan de slag.

Had ik vorige keer ook niet dit gerecht? Het was toen toch anders

Heb je die man in Kootwijkerbroek nog kunnen bereiken?
Nee, nog niet, geen antwoordapparaat en geen mobiel. Lastig.
Moet je morgen tussen 12 en 12.30 maar proberen, dan eten ze altijd.

Joyce, proef jij eens..
Hmm, dit is kip. Of nee, varken.
Ik twijfel. Ik ben toch niet gek? Jij denkt ook dat het vlees is? Je hebt tegenwoordig zoveel van die sojaproducten die echt de structuur van vlees hebben. Ik ga het even vragen.

Mevrouw, waar is dit van gemaakt?
Eh….
Dit is niet vegetarisch of wel?
Eh….ehm….ik weet het niet, ik ga even controleren.
Kijk maar, als je het uit elkaar trekt ziet het er echt uit als vlees. En het smaakt ook zo.
Eh….

Ja, er is inderdaad iets fout gegaan.
Ik ontdekte het ook niet eerder. Dit vlees heeft weinig smaak, sorry. Maar het is wel heel erg mals.
Sorry, het was echt enorm chaotisch zojuist. Wilt u wat drinken van me?
Doe maar een Vedett.
Alstublieft.

Excuses, ik hoorde wat er is gebeurd. Er staat op de bon inderdaad vegetarisch. Gaat het?
Nou, ik word er wel een beetje misselijk van.
Sorry.
Nee joh, dat valt wel mee, maar ja, ik heb wel eens ergens gegeten waar de vegetarische stukjes net zo aanvoelden als dit vlees.
Zal ik een nieuw gerecht uit de keuken halen?
Nee, dat hoeft niet. Ik heb het nu al voor de helft op en ik eet wel wat van de curry.
Nogmaal mijn excuses.

Hahaha, dit is best wel grappig. Dat ik gewoon een bord vlees eet zonder het echt door te hebben.
Maar wel slecht van de bediening.
Ja, dat wel, maar fouten komen voor. Gelukkig ben ik vrij nuchter. Ik maak er geen drama van, maar het voelt wel heel vreemd. Babe in m’n maag.

Wat ga je morgen doen?
Studeren. Jij?
Werken en ’s avonds hapje eten met vrienden in Rhenen.
Oh, lekker om daarheen te gaan in de spits.
Ach, muziekje erbij. Ik ga morgenavond in het restaurant wel goed opletten wat er op m’n bord ligt.

Kijk, dit stukje is ontdaan van alles saus. Het ruikt echt naar varken. Ruik eens.
Ja, duidelijk varken.
Ik ruik gewoon de varkensstal.
Je mag me nog eens ergens mee naar toenemen.
Haha. Nou ik blijf erbij: het ís en blijft een leuke plek om te eten, dit gebeurt geen tweede keer.

Het feit dat ik een vegetarische maaltijd had besteld, dat de serveerster bij het brengen van de maaltijd zei dat het de vegetarische variant was én dat er tegenwoordig imitatievlees bestaat met (bijna) dezelfde structuur als echt vlees, maakte dat ik niet direct door had dat ik vlees aan het eten was. Tijdens het eten viel het kwartje met een snelheid van 1 km/uur tot hij langzaam landde en koppelde ik alle hints die ik ergens achterin m’n hoofd al had gekregen tijdens de maaltijd aan elkaar: ik was vlees aan het eten. Ach ja, gebeurd is gebeurd en er is niemand dood gegaan, behalve dan dat varken. Het is me trouwens al eens eerder gebeurd, dat ik halverwege de maaltijd er achter kwam dat er gehakt door de lasagne zat. Kan je nagaan hoe smakeloos en onopvallend vlees kan zijn. Voortaan maar weer beter opletten en niet alles voor waar aannemen :).

Nachtelijk bezoek

Ik weet het nu zeker: mocht er ooit een inbreker in mijn woning zijn, dan ben ik geen held. Vannacht stond mijn buurman opeens in m’n slaapkamer en het enige wat ik kon doen, was het kussen over mijn hoofd trekken en heel hard gillen: “help, er staat iemand in m’n kamer!”

De buurman in je slaapkamer? Ja. Inderdaad. De buurman. Als ik beter had opgelet tijdens mijn droom had ik kunnen weten dat hij al een tijdje buiten stond te roepen, maar ik veronderstelde dat dat onderdeel van mijn droom was en sliep dus rustig door. Tot de buurman opeens in de deuropening stond en mijn naam riep. Wat bleek nou: mijn voordeur stond wagenwijd open met de sleutels erin. Slaperig liep ik met de buurman mee naar de voordeur om de situatie te bekijken. Daar stonden ook twee buurmeisjes, klaar om te gaan stappen, onzeker lachend en naar mij kijkend. Zij hadden blijkbaar ontdekt dat mijn deur openstond, maar hadden niet naar binnen durven stappen.

Slaperig en verbaasd heb ik wat bedankjes gemompeld, de deur dicht gedaan en op slot gedraaid. Het is me een raadsel hoe de deur zo open komt. Nou ja, een raadsel. Ik zal hem wel open hebben laten staan toen ik met mijn handen vol met een boodschappentas thuiskwam die avond. Heel erg dom. Gelukkig ligt mijn voordeur niet direct aan de straat en is het woonerf waar ik woon vrij rustig, maar voortaan toch beter opletten. Het was heel lief van de buurman dat hij me kan waarschuwen, maar die hartverzakking van schrik wil ik niet nog een keer meemaken. Ook kan er de volgende keer een minder lief persoon langskomen en dan loopt het niet zo goed af.

Gevangen?

Klepperdeklep. Klop klop. Er stond iemand aan de deur. Ik lag net lekker op de bank Battlestar Galactica te kijken en had geen zin om op te staan. Het geklepper en geklop klonk echter nogal dringend, dus ik hees me van de bank en liep naar de voordeur. Door het glas heen zag ik een van mijn buurvrouwen staan. Snel keek ik of ik me nog kon verstoppen, maar het was te laat, ze begon door de deur heen tegen me te praten. Deze buurvrouw is niet onaardig, eigenlijk is het een heel lief mens, maar je komt niet meer weg bij haar. Ze blijft praten. Vooral als het over katten gaat. Ik heb er daar drie van. Je kan wel nagaan hoeveel er te praten valt.

Het eerste wat ze op zwaar serieuze toon vroeg toen ik de deur open had gedaan, was: “jij hebt toch een zwarte kat? Hoe ziet deze eruit?” “Eh,” stamelde ik, “ik heb er twee.” De angst sloeg me om het hart. Er viel een klomp steen in mijn maag. Geen van mijn katten bevond zich op dat moment binnen en ik kreeg visioenen van een platgereden Bacchus met opengespleten schedel aan de kant van de weg. Ik vroeg haar dan ook direct waarom ze dit vroeg. Of er een dode kat aan de kant van de weg lag. “Hoe zien je katten eruit?” vroeg ze nogmaals. “Heb je een foto?” Ik wist niet waar ik zo snel een papieren foto vandaan moest halen en antwoordde dat ik die niet had. Verbouwereerd omschreef ik zo goed als kwaad Bacchus en Pritt. Nog steeds wist ik niet wat er aan de hand was. Ze ging door op Pritt, ik moest precies omschrijven hoe hij eruit ziet. Mijn visioenen van een platgereden kat verplaatsten zich van Bacchus naar Pritt. Gelukkig kwam Pritt op dat moment vrolijk aanhuppelen door het kattenluikje. De buurvrouw bekeek hem en zei: “ja, dat was hem. Denk ik.” Phew. Geen platgereden Pritt. Dat was in ieder geval goed nieuws.

Na deze erg lange inleiding sprong de buurvrouw van de hak op de tak en kwam het hele verhaal eruit. Ze vertelde me dat gisteravond Stichting Zwerfkatten katten aan het vangen was in de buurt. Er liep een zwerfpoes met kittens rond en als deze niet gevangen worden, stijgt het aantal katten wat hier rondloopt exponentieel. De bedoeling is dat alleen zwerfkatten door de stichting gevangen worden. Op hun website is te lezen dat ze het vangen in samenwerking met de buurt doen zodat alleen zwerfkatten het haasje zijn en brave huiskatten gewoon weer terug kunnen keren naar de schoot van hun baasje. Volgens deze buurvrouw was Pritt per ongeluk in een van de mandjes van Stichting Zwerfkat verdwenen. Pritt mag dan wel veel over straat zwerven, een zwerfkat is hij niet. Zo ziet hij er ook niet uit: gezond, glanzend, goed gevoed (mager volgens mijn moeder, maar dat is een ander verhaal). En gechipt. Om een lang verhaal kort te maken: buurvrouw heeft de medewerkers meegenomen naar mijn huis om te vragen of het mijn kat is. Ik was gisteravond niet thuis, maar de buurvrouw heeft ze overtuigd de kat vrij te laten. En nu stond ze bij mij in huis om me te waarschuwen.

Zoals ik in het begin al aangaf: deze buurvrouw is nogal een kletskous en volgens mij vind ze katten leuker dan mensen. Of het voorval precies is gegaan zoals ze mij vertelde, weet ik niet, maar ik vind het wel heel lief dat ze, uit een goed hart, de katteneigenaren in de buurt komt waarschuwen. Ik zal morgen Stichting Zwerfkatten maar eens bellen om uitleg over deze situatie te vragen. Als je zwerfkatten vangt, lijkt het me logisch dat je naar de staat van de kat kijkt: verzorging, contact met mensen, gecastreerd of niet en het belangrijkste: is het dier gechipt?

Update 04-08-2011
Zojuist heb ik met Stichting Zwerfkatten Rijnmond gebeld en een medewerkster vertelde me dat het inderdaad af en toe voorkomt dat ze huiskatten vangen. Omdat ook zwerfkatten er goed verzorgd uit kunnen zien, gaan ze hier niet op af. Kijken of een kater gecastreerd is en ter plekke de chip aflezen doen ze ook niet, omdat katten er over het algemeen niet van gecharmeerd zijn dat ze gevangen zijn en hun wapens vaak gaan gebruiken. Het aflezen van de chip gebeurt pas in het asiel. Als mijn buurvrouw dus niet was gaan kijken, was ik Pritt een nacht kwijt geweest. De vangactie gebeurde om half elf ’s avonds, dan zijn ze telefonisch niet bereikbaar.
Natuurlijk sta ik achter het vangen en castreren van zwerfkatten, maar het is wel onhandig dat daarbij ook huiskatten worden gevangen. De medewerkster kwam zelf met het idee om voortaan briefjes op te hangen of in de bus te doen om een actie aan te kondigen zodat eigenaren hun katten binnen kunnen houden. Dat lijkt me een goed idee. Daarnaast vind ik dat ze toch zouden moeten proberen de chip ter plekke af te lezen. Scheelt een hoop werk en gedoe. Gelukkig is de moederpoes met kittens die hier in de buurt liep, gevangen en is er voorlopig geen actie hier gepland.